RSS

Zoek informatie

Uitgebreid zoeken zoek Toon alles zoek
zoek

Geef informatie

  zoek
terug | printen
Laatste wijziging: 27 sep 2010
Organisaties > Overheden en semi-overheden:

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)


Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is het planbureau voor de ruimte, het milieu en de natuur. Het verricht wetenschappelijke verkenningen, analyses, prognoses en beleidsevaluaties in (inter)nationale context die relevant zijn voor het strategisch regeringsbeleid. Het planbureau analyseert ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen die van belang zijn voor de leefomgeving van mens, plant en dier. Het verkent de toekomstige kwaliteit van leefomgeving en mogelijke beleidsopties. Het planbureau wil tevens bijdragen aan integrale ruimtelijke en ecologische afwegingsvraagstukken voor het beleid.

Het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd en werken in het vervolg onder de naam Planbureau voor de Leefomgeving.

Locatie Bilthoven
Postadres
Postbus 303
3720 AH Bilthoven

Bezoekadres
Gebouw W op het terrein van het RIVM
Antonie van Leeuwenhoeklaan 9
3721 MA  Bilthoven

Telefoon: 030 - 274 27 45
Fax: 030 - 274 44 79

Locatie Den Haag
Postadres
Postbus 30314
2500 GH  Den Haag

Bezoekadres
Oranjebuitensingel 6
2511 VE  Den Haag

Telefoon: 070 - 328 87 00

Social Media:
Twitter: leefomgeving



Website: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Email: info@pbl.nl


Gerelateerde informatie in het Monitoringportaal:



Organisaties

Overheden en semi-overheden (6)
 
Milieu- en Natuur Planbureau (MNP)
 

Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd in het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).


 
Ruimtelijk Planbureau (RPB)
 

Het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd in het Planbureau voor de Leefomgeving.


 
Wettelijke OnderzoeksTaken Natuur & Milieu (WOT Natuur & Milieu)
 

De overheid heeft kennis nodig over natuur, landschap en milieu in de context van het bestuur, de economie en de samenleving. Alleen dan kan de overheid op een verantwoorde manier alle relevante aspecten en belangen van natuur, landschap en milieu afwegen. De unit Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOT Natuur & Milieu) verzorgt deze informatie voor de rijksoverheid, in het bijzonder voor het ministerie van EL&I.

WOT Natuur & Milieu is een samenwerkingsverband van de Universiteit Wageningen en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, voorheen MNP).

Voor uitgebreid zoeken naar WUR-contactpersonen en -experts klik op Wageningen UR.

Postadres:
Postbus 9101
6700 HB Wageningen

Bezoekadres:
Costerweg 50
Gebouwnr. 400
6701 BH Wageningen

Secretariaat: Jolanda Eimers

Telefoon: 0317 - 48 01 00 of 0317 - 48 54 71
Fax: 0317 – 48 48 84


Website: WOT Natuur & Milieu (Wageningen UR)
Email:jolanda.eimers@wur.nl
 
EmissieRegistratie (ER - PBL)
 

De EmissieRegistratie (ER) beslaat het gehele proces van dataverzameling, databewerking, het registreren en rapporteren van emissiegegevens in Nederland. In de EmissieRegistratie worden de emissies naar bodem, water en lucht van circa 350 beleidsrelevante stoffen en stofgroepen vastgesteld.

  

De EmissieRegistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. De regie voor, en aansturing van de EmissieRegistratie is ondergebracht bij het PBL. De volgende taakgroepen worden in de EmissieRegistratie onderscheiden:

  • Taakgroep Energie, Industrie en Afvalverwijdering (ENINA)
  • Taakgroep Verkeer en Vervoer
  •  Werkgroep Landbouw en Landgebruik
  • Taakgroep Methodeontwikkeling Wateremissies (MEWAT)
  • Taakgroep Overige bronnen (WESP)

Postadres:

Loket EmissieRegistratie
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Postbus 303
3720 AH  Bilthoven


Website: EmissieRegistratie (ER - PBL)
Email:emissieregistratie@pbl.nl
 
Centrum voor Milieu Monitoring
 

Dit centrum van het RIVM is het kenniscentrum voor de monitoring en interpretatie van de milieukwaliteit. Het centrum is expert in de analyse van bodem, grond(water), lucht en geluid.

Taken:

  • Monitoren van bodem, (grond)water, lucht en geluid
  • Optimaliseren van de monitoring om kwaliteit en continuïteit te garanderen
  • Modelleren, interpreteren en evalueren van de gegevens
  • Rapporteren aan de Nederlandse en Europese overheid
  • Fungeren als referentiecentrum voor andere organisaties die milieukwaliteit meten of modelleren
  • Adviseren van Nederlandse en Europese beleidsinstanties

Het Centrum voor Milieu Monitoring werkt samen met onder andere de volgende organisaties: DCMR, GGD Amsterdam, provincies en gemeenten, LEI, WUR, PBL, TNO Bouw en Ondergrond, Deltares, Alterra, ECN, AgentschapNL, IPO en KNMI.

Telefoon: 030 - 274 86 49


Website: Centrum voor Milieu Monitoring
Email:cmm@rivm.nl
 
Informatie Desk standaarden Water (IDsW)
 

De Informatie Desk standaarden Water (IDsW) beheert en ontwikkelt informatiestandaarden voor het Nederlandse Waterbeheer. Hiermee levert IDsW een bijdrage aan de stroomlijning van de informatievoorziening van de sector water.

Een belangrijke standaard is de Aquo-standaard. Deze bevat definities van termen en begrippen, voor gegevensopslag, voor gegevensuitwisseling en voor de verwerking en presentatie van gegevens in de watersector.

Organisatie:
IDsW is een samenwerkingsverband van vijf waterbeherende overheden: de Unie van Waterschappen, Rijkswaterstaat, het Interprovinciaal Overleg, het Planbureau voor de Leefomgeving en het ministerie van EL&I.
IDsW wordt aangestuurd door een stuurgroep en een regiegroep, samengesteld uit medewerkers van de betrokken organisaties.

Stuurgroep:
Voorzittende organisatie: Rijkswaterstaat
Voorzitter: Carol van Raalten
Email: carol.van.raalten@rws.nl

Regiegroep:
Voorzittende organisatie: waterschap Rivierenland
Voorzitter: H. Stegeman


Website: Informatie Desk standaarden Water
Email:servicedesk@ihw.nl
 

Overleggroepen

Overleggroepen (41)
 
Ontwikkelgroep Harmonisatie Ammoniak Protocol
 

De ontwikkelgroep heeft ten doel te komen tot een harmonisatie van het ammoniak protocol.

 

 

Participerende organisaties: Alterra, ASG, LEI, CBS, PBL
Voorzittende organisatie:
Alterra
Voorzitter:
Gerard Veldhof


Email:gerard.veldhof@wur.nl
 
Projectgroep Ontwikkeling Basiskaart Aquatische Natuur
 

Deze projectgroep begeleidt de ontwikkeling van de basiskaart aquatische natuur. Met de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 dienen voor oppervlaktewater de wensen en eisen ten aanzien van doelen en ruimtelijke invulling onderling te worden afgestemd.  

Op dit te kunnen bewerkstelligen werkt de projectgroep aan een beleidskaart aquatische natuur, een kaart met waterhuishoudkundige eisen en een kaart waar de actuele waterhuishoudkundige toestand voor aquatische natuur op voor komt.

Participerende organisaties: PBL, Alterra
Voorzittende organisatie: PBL
Voorzitter: Peter van Puijenbroek


Email:Peter.vanPuijenbroek@pbl.nl
 
Projectgroepen Ontwikkeling Basiskaart Terrestrische Natuur
 

Een aantal projectgroepen die de verschillende aspecten van de ontwikkeling van de basiskaart terrestrische natuur begeleiden

 

Participerende organisaties: PBL, Alterra

Voorzittende organisatie: PBL
Voorzitter: Arjen van Hinsberg


Email:Arjen.Hinsberg@pbl.nl
 
Platform voor Integrale Energie- en Emissieverkenningen (PIE)
 

PIE is door de doelgroep Energie ontwikkeld in nauwe samenwerking met het ECN. Het is een integratieplatform dat de grootte en de samenstelling van de vraag naar energiedragers door de verschillende sectoren koppelt aan het aanbod van de energieproductiesector.

 

Organisaties: PBL, RIVM en ECN


Email:info@rivm.nl
 
Werkgroep Ammoniak
 

De werkgroep ontwikkelt een methodologie voor de raming en berekening van de emissie van ammoniak door de landbouw.

 

Participerende organisaties: Alterra, PBL, ASG, PRI, LEI


Email:info.alterra@wur.nl
 
Werkgroep NHMi
 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ontwikkelt samen met Deltares, Alterra, het WL en de Waterdienst een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHMi. Hiermee kan de nu veelal verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn landelijke beleidsanalyses mogelijk.

 

De werkgroep houdt zich bezig met de ontwikkeling van het NHMi en ontwikkelt voorstellen voor beheer en onderhoud van dit systeem.

 

Participerende organisaties: TNO, de Waterdienst, Alterra, PBL, WL, STOWA
Voorzittende organisatie: TNO
Voorzitter: Judith Snepvangers


Email:j.snepvangers@landschap.ov.nl
 
Klankbordgroep NHMi
 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ontwikkelt samen met Deltares, Alterra, het WL en de Waterdienst een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHMi. Hierdoor kan de nu veelal verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn landelijke beleidsanalyses mogelijk.

 

De Klankbord richt zich op de ontwikkeling en uitvoering van het model NHMi.

 

Participerende organisaties: PBL, Deltares, Alterra, Waterschappen, waternet, universiteiten en andere organisaties
Voorzittende organisatie: PBL
Voorzitter:
Anton van der Giessen


Email:anton.vandergiessen@pbl.nl
 
Longlistoverleg Elektronisch Milieujaarverslag (E-MJV)
 

Dit overleg is gericht op de inhoud van de electronische milieujaarverslagen.

 

Participerende organisaties: FO Industrie, Dienst Regelingen, Infomil, Agentschap NL, PBL
Voorzittende organisatie:
PBL
Voorzitter: Wim van der Maas


Email:Wim.vanderMaas@pbl.nl
 
Stuurgroep NHI
 

Deltares, Alterra, STOWA, PBL en de Waterdienst hebben samen een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHI, ontwikkeld. Hierdoor kan de tot enkele jaren geleden verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn afgestemde landelijke (en straks ook regionale) beleidsanalyses mogelijk. Naast het kwantiteitsdeel wordt ook gewerkt aan een gezamenlijk model voor de waterkwaliteit.

 

De Stuurgroep NHI is de opdrachtgever voor het NHI.

 

Participerende organisaties: Deltares, Alterra, Waterdienst, Alterra, PBL, STOWA

Voorzittende organisatie: Waterdienst

Voorzitter: Gerard Blom


Email:gerard.blom@rws.nl
 
Stuurgroep DUIN
 

Zie item DUIN


 
LOK-CEV overleg
 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (team Leefomgevingskwaliteit, LOK) en het Centrum voor Externe Veiligheid (CEV) van RIVM hebben een leveringscontract voor data over externe veiligheid.

Het LOK-CEV overleg bewaakt de uitvoering van dit contract.

Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving. Het betreft risico’s bij het gebruik, de opslag in bedrijven en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, LPG en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Ook de risico's van luchthavens vallen onder externe veiligheid.


Email:guus.dehollander@pbl.nl
 
Stuurgroep Landelijk Meetnet Flora
 

Zie Landelijk Meetnet Flora


 
Directeurenoverleg Water
 

Het Directeurenoverleg Water in onderstaande vorm is opgeheven.

  


Het PBL ontwikkelt samen met Deltares, Alterra, het WL en de Waterdienst een nieuw geïntegreerd hydrologisch model, het NHMi. Hierdoor kan de nu veelal verspreid aanwezige kennis zo optimaal mogelijk gebruikt worden en zijn landelijke beleidsanalyses mogelijk.

  

Het Directeurenoverleg Water keurt projectplannen voor het NHMi goed en draagt zorg voor de financiering.

 

Participerende organisaties: TNO, de Waterdienst, Alterra, PBL, WL, STOWA
Voorzittende organisatie: de Waterdienst


 
Begeleidingsgroep Mariene EHS
 

De Begeleidingsgroep Mariene EHS brengt gegevens in beeld over de zoutwaterecologie in de EHS.

Participerende organisaties: EL&I, PBL en andere organisaties
Voorzittende organisatie: EL&I
Voorzitter: V. van der Meij


Email:v.van.der.meij@minlnv.nl
 
Klankbordgroep INSPIRE
 

De Klankbordgroep richt zich op het vormgeven van de Nederlandse inbreng in de Expert Group INSPIRE alsmede de implementatie van INSPIRE in Nederland.

 

Participerende organisaties: Alterra, CBS, Kadaster, KNMI, I&M, PBL, TNO, VNG, GeoNovum, GBN, Dienst der Hydrografie, DLG, IOG-GEO, LSV-GBKN, RIVM, RWS, UvW
Voorzittende organisatie:
GeoNovum
Voorzitter: Ruby Beltman


Email:r.beltman@geonovum.nl
 
Werkgroep Uniformering Mest en Mineralencijfers
 

Deze werkgroep richt zicht op verzameling en uniformering van cijfers over mest en mineralen en verwerking van deze cijfers.

 

Participerende organisaties: PBL, CBS, LEI, ASG, EL&I
Voorzittende organisatie: EL&I

Voorzitter: Mark de Boode


Email:info@minlnv.nl
 
Werkgroep SINKS
 

Eén van de mechanismen waarop geïndustrialiseerde landen kunnen voldoen aan hun doelstellingen ter vermindering van de uitstoot aan broeikasgassen, zoals vastgelegd in het verdrag van Kyoto, is het creëren van zogenaamde 'SINKS' in de vorm van nieuwe bossen. De aanplant van nieuwe bossen draagt bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot, omdat bomen kooldioxide absorberen.

 

De werkgroep onderzoekt de mogelijkheden van SINKS.

 

Participerende organisaties: EL&I, Alterra, PBL, Agentschap NL

Voorzittende organisatie: EL&I


Email:info@minlnv.nl
 
Stuurgroep MAMBO
 

In de afgelopen jaren is het mest- en ammoniakmodel volledig herontworpen en herontwikkeld. Dit proces heeft geresulteerd in het Mest en Ammoniak Model (MAMBO, voorheen MAM). MAMBO speelt een belangrijke rol bij ex-ante en ex-post evaluaties van het mestbeleid.

 

De Stuurgroep MAMBO richt zich op de sturing van ontwikkeling en gebruik van MAMBO. Er is een initiatief om de stuurgroepen STONE en MAMBO samen te voegen.

 

Participerende organisaties: EL&I, I&M, Alterra, LEI en PBL

Voorzittende organisatie: LEI


Email:informatie.lei@wur.nl
 
Productieoverleg Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN)
 

Het Productieoverleg Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland heeft tot doel te komen tot de productie van nieuwe versies van het LGN.

 

Participerende organisaties: PBL, I&M, provincies, waterschappen, CBS, Alterra, EL&I


Website: Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland
Email:gerard.hazeu@wur.nl
 
Overleggroep Nieuwe Inspectie Methodiek (NIM)
 

Overleg van de uitvoerders Alterra en RIVM met de opdrachtgevers EL&I en I&M over inhoudelijke en organisatorische aspecten van de Nieuwe Inspectie Methodiek (NIM). 

 

Participerende organisaties: I&M/DGM, EL&I, Alterra, RIVM, PBL
Voorzittende organisatie: ministerie van I&M
Voorzitter: Peter Henkens


Email:peter.henkens@minvrom.nl
 
Overleggroep Kwaliteitsborging EHS
 

De Overleggroep Kwaliteitsborging EHS heeft tot doel de gegevensvoorziening rond de EHS te verbeteren. De overleggroep is in opbouw.

 

Participerende organisaties: I&M, EL&I, PBL, provincies, terreinbeheerders
Voorzittende organisatie: ministerie van EL&I
Voorzitter: Sander de Bruin


Email:s.de.bruin@minlnv.nl
 
Landbouwoverleg Elektronisch Milieujaarverslag (E-MJV)
 

Het Landbouwoverleg Elektronisch Milieujaarverslag richt zich specifiek op de elektronische milieujaarverslagen voor landbouwbedrijven.

 

Participerende organisaties: Dienst Regelingen, I&M, EL&I, PBL
Voorzittende organisatie: I&M


Email:helpdesk@emjv.info
 
Projectgroep Evaluatie Nota Duurzame Gewasbescherming
 

De projectgroep richt zich op het verzorgen van de periodieke evaluatie van de Nota Duurzame Gewasbescherming. De projectgroep wordt voor elke evaluatie opnieuw geïnstalleerd. In deze projectgroep zijn onder meer afspraken gemaakt over een database met gegevens.

In de 'Nota Duurzame gewasbescherming - Beleid voor gewasbescherming tot 2010' is uiteengezet hoe het gewasbeschermingsbeleid zal leiden tot een duurzame gewasbescherming en zo bijdraagt aan een duurzame landbouw.

Participerende organisaties: I&M, EL&I/DK, de Waterdienst, PBL


Website: Link naar PDF (Rijksoverheid)
Email:info@minlnv.nl
 
Beheercommissie Nieuw Nationaal Model Lucht
 

De Beheercommissie NNM is als zodanig opgehouden te bestaan en opgegaan in de Werkgroep LuchtkwaliteitsModellen (WLM).


Deze commissie heeft tot taak een nieuw Nationaal Model Lucht te ontwikkelen. Dit model zal gericht zijn op de luchtkwaliteit in de bebouwde kom.

Participerende organisaties: PBL, TNO, KEMA, I&M


Email:info@infomil.nl
 
Overleg Enquête Bestrijdingsmiddelen
 

De Enquête Bestrijdingsmiddelen Landbouw heeft tot doel het verkrijgen van landelijke gegevens over chemische, biologische en mechanische bestrijding in de belangrijkste gewassen in de land- en tuinbouw. Het Overleg Enquête Bestrijdingsmiddelen bespreekt de inhoud van de enquêtes voorafgaande aan een nieuwe enquête-ronde.

 

Participerende organisaties: CBS, RIVM, PBL e.a.
Voorzittende organisatie: CBS

Contactpersoon: Rob Vijftigschild (CBS)


Email:rvfd@cbs.nl
 
Piscaria Overleg
 

Piscaria is de databaseapplicatie die als landelijke standaard wordt gebruikt voor de opslag en analyse van visgegevens. De databank van Piscaria is het centrale opslagpunt van alle visstandgegevens voor het zoete water en bevat een groot aantal waarnemingen van planten en dieren in de Nederlandse oppervlaktewateren. Piscaria is ontwikkeld in een samenwerkingsverband tussen STOWA en Sportvisserij Nederland.

 

De site wordt beheerd door Sportvisserij Nederland en is mede gekoppeld aan het internationale kennisnetwerk van GBIF (Global Biodiversity Information Facility).

 

Participerende organisaties: PBL, Sportvisserij Nederland, STOWA


Website: Piscaria overleg
Email:B.van.der.Wal@stowa.nl
 
STOWA-overleg
 

De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) inventariseert de onderzoeksbehoeften van de deelnemende waterbeheerders. Dit gebeurt samen met een programmacommissie. Deze bepaalt op basis daarvan het onderzoeksprogramma voor ieder taakveld, te weten afvalwatersystemen, waterketen, watersystemen en waterweren.

 

Het STOWA-overleg richt zich op afstemming tussen STOWA en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

 

Participerende organisaties: PBL, STOWA


Email:stowa@stowa.nl
 
Begeleidingscommissie F-gassen
 

Begeleiding van het jaarlijks terugkerende onderzoek van PriceWaterhouseCoopers naar fluorhoudende gassen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. AgentschapNL coördineert de begeleiding.

Participerende organisaties: AgentschapNL, PWC, PBL /ER
Voorzittende organisatie: AgentschapNL


Email:info@agentschap.nl
 
Begeleidingscommissie Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM)
 

Diverse organisaties hebben zitting in de commissie en adviseren aan de ministeries van EL&I en I&M over inhoudelijke, organisatorische en financiële aspecten van het LMM. Klik hier voor meer informatie over het LMM. 

Participerende organisaties: I&M/DGM, EL&I, RIVM, LEI, PBL
Voorzittende organisatie: DGM/BWL
Voorzitter: Rinske van Tol

 

Websites:

LMM-website RIVM (o.a. over monsterneming en ontwikkeling grondwaterkwaliteit)

LMM-website LEI (o.a. over mestgebruik, stikstofbodemoverschotten en Bedrijven-InformatieNet) 


Email:lmm@rivm.nl
 
Begeleidingscommissie Limnodata
 

De begeleidingscommissie Limnodata richt zich op de kwaliteitszorg voor het Limnodatasysteem, de identificatie van meetpunten en de definitie van watertypen.

Participerende organisaties: Waterschappen, de Waterdienst, STOWA, PBL


Website: Limnodata
Email:B.van.der.Wal@stowa.nl
 
Beheeroverleg electronische MilieuJaarVerslagen (eMJV)
 

Dit overleg begeleidt het proces van de totstandkoming van de electronische milieujaarverslagen.

Participerende organisaties: PBL, I&M, FO Industrie, Dienst Regelingen, Infomil, AgentschapNL
Voorzittende organisatie: PBL
Voorzitter: Wim van der Maas


Email:wim.vandermaas@pbl.nl
 
Emissieregistratie (ER) Taakgroep ENINA
 

De ER Taakgroep Enina richt zich op het inventariseren en in kaart brengen van de emissies van Energie, Industrie, Raffinaderijen en Afvalverwerking. Deze gegevens worden opgenomen in de Emissieregistratie en omvatten gegevens van de uitstoot van verontreinigende stoffen naar lucht, water en bodem. 

  

Participerende organisaties: PBL, TNO, CBS, de Waterdienst, Uitvoering afvalbeheer, Agentschap NL, Faciliterende organisatie (FO) Industrie
Voorzittende organisatie: PBL
Voorzitter: Wim van der Maas


Website: Emissieregistratie
Email:Wim.vanderMaas@pbl.nl
 
Emissieregistratie (ER) Taakgroep MEWAT
 

De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. De taakgroep Methodiekontwikkeling Wateremissies (MEWAT) stelt de emissies van de diverse doelgroepen naar water vast. 

 

Participerende organisaties: RWS, de Waterdienst, CBS, PBL, TNO

  

 

 



Website: Emissieregistratie
Email:emissieregistratie@pbl.nl
 
Emissieregistratie (ER) Taakgroep Verkeer en Vervoer
 

De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M.

In de Taakgroep Verkeer en Vervoer worden de emissies naar bodem, water en naar lucht vastgesteld uit verkeer en vervoer (luchtvaart, scheepvaart en wegverkeer).

Participerende organisaties: TNO, PBL, AVV, CBS en de Waterdienst
Voorzittende organisatie: PBL
Voorzitter: Gerben Geilenkirchen


Website: Emissieregistratie
Email:Gerben.Geilenkirchen@pbl.nl
 
Emissieregistratie (ER) Taakgroep WESP
 

De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. In de taakgroep overige bronnen (WESP) worden de emissies door productgebruik (consumenten) vastgesteld, evenals de emissies uit de doelgroep handel, diensten en overheid (HDO).

Participerende organisaties: PBL, TNO en CBS
Voorzittende organisatie: TNO
Voorzitter: Peter Koene


Website: Emissieregistratie
Email:emissieregistratie@pbl.nl
 
Emissieregistratie (ER) Trendanalysedag
 

De Emissieregistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van I&M. De Trendanalysedag draagt jaarlijks zorg voor het analyseren en vaststellen van de trends alsmede het controleren van de gegevens.

 

Participerende organisaties: ER, PBL, de Waterdienst, RIVM en LEI
Voorzittende organisatie: Emissieregistratie
Voorzitter: Paul Ruyssenaars


Website: Emissieregistratie
Email:paul.ruyssenaars@pbl.nl
 
Emissieregistratie (ER) Werkgroep Landbouw en Landgebruik
 

De EmissieRegistratie (ER) wordt uitgevoerd in opdracht van de ministeries van I&M en EL&I. In de Werkgroep Landbouw en Landgebruik worden de emissies naar bodem, water en naar lucht vastgesteld. Daarnaast vindt afstemming plaats over de gehanteerde methodieken en het gebruik en de beschikbaarheid van de basisgegevens.

 

Participerende organisaties: PBL, LEI, Alterra, CBS, Directie Kennis, TNO en de Waterdienst


Website: Emissieregistratie
Email:emissieregistratie@pbl.nl
 
Projectgroep PEARL
 

De projectgroep richt zich op de ontwikkeling van het systeem PEARL.

 

Het nieuwe PEARL model beschrijft het gedrag van bestrijdingsmiddelen in het bodem-plant systeem en de emissie van deze middelen naar de omgeving. Het model wordt gebruikt in combinatie met het hydrologisch model SWAP. Met het model kunnen verschillende gewasrotaties en toedieningsmethoden van bestrijdingsmiddelen worden doorgerekend.


Het model houdt rekening met verschillende evenwichts- en niet-evenwichtssorptie mechanismen.

 

Participerende organisaties: PBL, Alterra, RIVM


Email:aaldrik.tiktak@pbl.nl
 
Ontwikkelgroep Monitoring Nieuwe Technologie
 

De Ontwikkelgroep Monitoring Nieuwe Technologie heeft tot taak om ontwikkelingen van nieuwe technologie te volgen.

Participerende organisaties: Agentschap NL, PBL, CCT, KSI


Email:info@agentschap.nl
 
Regiegroep Informatie Desk standaarden Water (IDsW)
 

Zie Informatie Desk standaarden Water


 
Stuurgroep Informatie Desk standaarden Water (IDsW)
 

Zie Informatie Desk standaarden Water


 

Produkten

Publicaties (35)
 
Ammoniak in Natuurgebieden: meetresultaten 2005 - 2007
 

Samenvatting:
De gemiddelde ammoniakconcentratie in natuurgebieden varieert sterk. In grote natuurgebieden zijn de concentraties lager dan in kleine gebiedjes. De concentratie is namelijk afhankelijk van de afstand van (lokale) agrarische activiteiten tot het gebied, aangezien deze de voornaamste ammoniakbron vormen. De invloed van snelwegen op de aangrenzende natuur blijkt beperkt met een verhoging van 1 tot 2 mug/m3. Dit blijkt uit de eerste drie jaar aan meetresultaten van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden, die zijn gecontroleerd en met behulp van referentiemetingen gekalibreerd.

Met het meetnet wordt de invloed van ammoniakbronnen buiten de natuurgebieden in beeld gebracht. Het is in 2005 opgezet om ammoniakconcentraties in de natuur te volgen en de modelberekeningen van de concentratie te toetsen die standaard worden gebruikt. De metingen vinden plaats in Natura 2000-gebieden die door hun ligging op arme zandgronden kwetsbaar zijn voor bemesting door de atmosferische aanvoer van ammoniak.

Met zogeheten passieve samplers (buisjes), een eenvoudige en goedkope methode, worden maandgemiddelde ammoniakconcentraties in de lucht gemeten in 29 natuurgebieden verspreid over heel Nederland. Om inzicht te krijgen hoe de ammoniakconcentratie varieert binnen een natuurgebied wordt op meerdere locaties in een gebied gemeten.

De ammoniakconcentraties zijn ook berekend met een nieuwe, experimentele versie van het model OPS van het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De berekeningen komen goed overeen met de metingen. Dit bevestigt dat het voormalige verschil tussen berekende en gemeten ammoniakconcentraties, het zogeheten ammoniakgat, door de gemaakte aanpassingen in het model zo goed als verdwenen is. Alleen de gemeten concentraties in de duingebieden zijn, hoewel heel laag, enkele malen hoger dan de berekeningen.

Auteurs:
A.P. Stolk, M.C. van Zanten, H. Noordijk, J.A. van Jaarsveld en W.A.J. van Pul

Jaar van uitgave:
2009


Website: Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden: meetresultaten 2005 - 2007 (PDF)
 
Aansluiting MNP-instrumentarium bij de Vogel- en Habitatrichtlijn
 

Samenvatting:

Dit rapport beschrijft de resultaten van onderzoek naar het opzetten van een kennissysteem voor soorten- en gebiedenbeleid voor het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP).

 

Het kennissysteem richt zich met name op de doelstellingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn.Uitgangspunt van een prototype van het kennissysteem is het huidige ecologische kennissysteem van het MNP, waarin graadmeter, meetnetten en modellen een belangrijke rol spelen.

 

Onderzocht is of het huidige kennissysteem voldoet voor het doen van uitspraken over de VHR, welke knelpunten er zijn en hoe deze opgelost kunnen worden. De verbeteringen vormen in samenhang met het al bestaande instrumentarium het eerste prototype van het kennissysteem voor de VHR. Naast uitleg van de diverse onderdelen van het kennissysteem worden ook voorbeelden van toepassingen van dit kennissysteem beschreven.

 

Het prototype kennissysteem bevat informatie over (1) waar welke doelen gelden, (2) waar welke soorten en habitats nu voorkomen (gemeten en/of statistisch voorspeld), (3) wat de historische trends in mate van voorkomen van deze soorten zijn (ofwel landelijk gemiddeld of wel gebiedsspecifiek) en (4) hoe het voorkomen van soorten afhangt van ruimte- en/of milieudruk (in beeld gebracht door directe en/of indirecte relaties met modeluitkomsten ofwel via berekening van toelaatbare milieu- en/of ruimtedruk -c.q. "ecologische vereisten"- in termen van minimaal habitatoppervlakte of maximaal toelaatbare kritische depositie).

 

Daarnaast is een methode ontwikkeld om de invloeden van depositie op VHR-gebieden goed in beeld te brengen.

 

Auteurs:
A. van Hinsberg, D.C.J. van der Hoek, M.L.P. van Esbroek, H. Noordijk, B. de Knegt B, M.P. van Veen, P.J.T.M. van Puijenbroek en O.M. Knol

 

Rapportnummer:

RIVM Rapport 550018001

 

Jaar van uitgave:

2004


Website: Aansluiting MNP-instrumentarium bij de Vogel- en Habitatrichtlijn (PDF)
 
Algemene emissiefactoren wegverkeer voor luchtkwaliteitsberekeningen - methodebeschrijving
 

Samenvatting:

De concentraties stikstofdioxide en fijn stof in de buitenlucht in Nederland overschrijden momenteel op veel plaatsen de grenswaarden die hier vanuit Europa aan zijn gesteld. Het wegverkeer levert over het algemeen een belangrijke bijdrage aan deze overschrijdingen. Voor het berekenen van deze bijdrage worden emissiefactoren gebruikt, die voor verschillende typen voertuigen en onder verschillende rij-omstandigheden de gemiddelde uitstoot geven per voertuigkilometer. Het Milieu- en Natuurplanbureau stelt jaarlijks een set algemene emissiefactoren vast voor het wegverkeer, die onder meer toegepast wordt in de jaarlijkse update van het CAR-II-model.

  

In dit rapport wordt beschreven hoe de huidige set algemene emissiefactoren voor het wegverkeer, die maart 2006 is vastgesteld en gepubliceerd, tot stand is gekomen. Deze emissiefactoren zijn omgeven met en zekere mate van onzekerheid, maar op basis van de huidige kennis kan geen kwantitatieve schatting gegeven worden van deze onzekerheid. De wijze waarop de set emissiefactoren wordt afgeleid, beperkt de toepasbaarheid van de emissiefactoren. In dit rapport wordt deze toepasbaarheid verder toegelicht.

 

Auteur:

G.P. Geilenkirchen

 

Rapportnummer:

500076004

 

Jaar van uitgave:

2006


Website: Algemene emissiefactoren wegverkeer voor luchtkwaliteitsberekeningen - methodebeschrijving (PDF)
Email:Gerben.Geilenkirchen@mnp.nl
 
Balans van de Leefomgeving 2010
 

De Balans van de Leefomgeving is de opvolger van de Natuurbalans, de Milieubalans en de Monitor Nota Ruimte. De Balans zal voortaan elke twee jaar uitkomen. In deze veelomvattende studie maakt het PBL de balans op van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren op het gebied van onder meer verstedelijking, bereikbaarheid, milieu, klimaat en biodiversiteit.

Samenvatting:
De kwaliteit van de leefomgeving is de laatste twintig jaar sterk verbeterd, mede dankzij het gevoerde overheidsbeleid. Lucht en oppervlaktewater zijn schoner geworden, de steden zijn aantrekkelijker om te wonen en de natuur krijgt meer ruimte. Tegenover dit goede nieuws staat dat er op het gebied van de leefomgeving nog grote problemen overblijven, zoals de reeds merkbare klimaatverandering, de afnemende biodiversiteit en de teruglopende bereikbaarheid, vooral van de Randstad. Om het tij te keren zijn gerichte beleidsmaatregelen nodig. Dit zal een belangrijke opgave zijn voor het nieuwe kabinet.

Op de korte termijn profiteert de leefomgeving nog van de economische neergang: de uitstoot van vervuilende stoffen is lager door de teruggelopen economische activiteit, en de druk op de schaarse ruimte is tijdelijk afgenomen. Daar staat tegenover dat het als gevolg van de crisis moeilijker is om geld beschikbaar te krijgen voor de ontwikkeling van schone technieken. Als investeringen in stedelijke ontwikkeling en in natuur en landschap teruglopen door bezuinigingen, dan zal dit zowel de leefbaarheid in de steden als de kwaliteit van natuur en landschap onder druk zetten. Het op een slimme, doelmatige manier voortzetten van succesvol beleid is cruciaal.


Website: Balans van de Leefomgeving (website PBL)
Email:info@pbl.nl
 
Business modellen grote gegevenspijlers
 

Een beschrijving van de business modellen van zeven grote gegevensproducerende en gegevensbeherende organisaties. Opgesteld in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Auteur:
P. Sauer

Jaar van uitgave:
2008


Website: Businessmodellen grote gegevenspijlers (PDF)
 
Grootschalige stikstofdepositie in Nederland
 

Volledige titel:
Grootschalige stikstofdepositie in Nederland. Herkomst en ontwikkeling in de tijd.

Samenvatting:
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kaarten gemaakt van de stikstofdepositie in Nederland (GDN-kaarten genoemd). Deze kaarten geven een beeld van de grootschalige stikstofdepositie in Nederland, zowel voor het verleden als de toekomst (tot en met 2030). Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) gebruikt deze kaarten onder andere voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De kaarten zijn gelijktijdig, met hetzelfde rekeninstrumentarium en op basis van dezelfde emissiescenario’s, gemaakt als de grootschalige concentratiekaarten Nederland (GCN-kaarten).

Dit rapport beschrijft hoe de kaarten worden gemaakt en geeft een analyse van de herkomst en ontwikkeling in de tijd van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De totale depositie is de som van natte en droge depositie en van bijdragen uit Nederland en het buitenland. De Nederlandse landbouw draagt voor ongeveer 40 procent bij aan de stikstofdepositie gemiddeld in Nederland, en de landbouw in het buitenland voor ongeveer 10 procent. Verder draagt het wegverkeer in Nederland en het buitenland samen ongeveer 10 procent bij aan de stikstofdepositie, ongeveer evenveel als de industrie. De onzekerheid in de berekende stikstofdepositie is gemiddeld voor Nederland 30 procent en lokaal 70 procent (1 sigma). De gebruiker van deze kaarten moet met deze onzekerheid rekening houden.

De natuur in Nederland wordt op veel plaatsen negatief beïnvloed door een hoge depositie van stikstof. Te hoge depositie heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit. De hoeveelheid stikstof die vanuit de lucht op de bodem terechtkomt, berekend met de in dit rapport beschreven methoden, blijkt bijna 20 procent lager te zijn dan eerder werd gedacht. Met deze verbeterde inzichten heeft 61 procent van de natuur een overschrijding van de kritische depositiewaarden. Voorheen werd berekend dat het om 65 procent van de natuur ging.

De grootschalige depositiekaarten van stikstof zijn online beschikbaar op www.pbl.nl/gcn.

Auteurs:
G.J.M. Velders (PBL), J.M.M. Aben (PBL), J.A. van Jaarsveld (PBL), W.A.J. van Pul (RIVM), W.J. de Vries (PBL) en M.C. van Zanten (RIVM)

Rapportnummer:
RIVM rapport 500088007

Jaar van uitgave:
2010


Website: Grootschalige stikstofdepositie in Nederland (PDF)
 
Indicatoren en duurzaamheidsindex. Verantwoording van het werk rond indicatoren voor de Duurzaamheidsverkenning 'Kwaliteit en Toekomst'
 

Samenvatting:

Op verzoek van de staatssecretaris zijn ten behoeve van de Duurzaamheidsverkenning (DV) indicatoren voorgesteld voor duurzaamheid. In deze bijlage wordt verantwoording afgelegd over de keuze van indicatoren in deel 1 van de DV. Tevens passeren enkele algemene methodologische aspecten rond indicatoren de revue, waaronder de vraag wat het doel is van indicatoren en welke eisen aan indicatoren gesteld mogen worden.

  

Auteur: 

D. Nagelhout

 

Rapportnummer:

RIVM rapport 550031003 44

 

Jaar van uitgave:

2006


Website: Indicatoren en duurzaamheidsindex: Verantwoording van het werk rond indicatoren voor de Duurzaamheidsverkenning \'Kwaliteit en Toekomst\' (PDF)
Email:dick.nagelhout@mnp.nl
 
Hinder door milieufactoren en de beoordeling van de leefomgeving in Nederland (inventarisatie)
 

Samenvatting:

Naar schatting zijn 3,7 miljoen Nederlanders van 16 jaar en ouder (29%) ernstig gehinderd door het geluid van wegverkeer. Na wegverkeer veroorzaken vliegverkeer en buren het vaakst ernstige hinder (beide 12%). Bromfietsen staan met 19% ernstige hinder op de eerste plaats in de top tien van meest hinderlijke geluidbronnen. Op de tweede en derde plaats volgen motoren (11% ernstige hinder) en vrachtauto's (10% ernstige hinder). Ernstige hinder door het geluid van bromfietsen, snelwegen en bouw- en sloopterreinen vertoont vanaf 1993 een stijgende trend. Voor militaire vliegtuigen, personenauto's en bussen is er sprake van een dalende trend. Brommers zijn naast geluidhinder ook de belangrijkste bron van slaapverstoring. Bij 7% van de respondenten wordt de slaap ernstig verstoord door het geluid van brommers. Naast geluid blijkt met name het (roekeloos en luidruchtig) gedrag van bromfietsrijders een belangrijke hinderbron.

  

Dit zijn enkele bevindingen uit een periodiek landelijk onderzoek naar de verstoringen van de leefomgeving. Er is ook gevraagd naar de tevredenheid met de woonomgeving. Nederlanders zijn in het algemeen tevreden met hun woning en woonomgeving. Deze wordt beoordeeld met een gemiddelde van 7,7 op een schaal van 0-10. Het meest ontevreden is men over de parkeergelegenheden in de buurt (18%), het openbaar vervoer (16%) en de ruimte voor speelgelegenheid in de buurt (12%). Ten opzichte van de vorige peiling in 1998 is de tevredenheid over de woning en de woonomgeving toegenomen.

 

Auteurs:

Franssen, E.A.M., J.E.F. van Dongen, J.M.H. Ruysbroek, H, Vos en R. Stellato

  

Rapportnummer:

RIVM rapport 815120001

 

Jaar van uitgave:

2004


Website: Hinder door milieufactoren en de beoordeling van de leefomgeving in Nederland. Inventarisatie (PDF)
 
Methoderapport Duurzaamheidsverkenning
 

Samenvatting:

In dit methoderapport wordt de operationalisering van de in de Duurzaamheidsverkenning gebruikte methode ('DV-methode') beschreven en bediscussieerd. Het rapport signaleert mogelijke verbeterpunten en identificeert gebieden waarop vervolgonderzoek wenselijk is. Er wordt gebruik gemaakt van de ervaringen opgedaan tijdens de productie van de DV. Het methoderapport is bestemd voor wetenschappers en beoogt de doorgaande methodologische discussie over duurzaamheidsverkenningen te faciliteren.

 

Auteurs:
Peterse,n A.C., T.G. Aalbers, N.D. van Egmond ND, B. Eickhout, J.C.M. Farla, A.H. Hanemaaijer, H.A.R.M. van den Heiligenberg, P.S.C. Heuberger, P.H.M. Janssen, R.J.M. Maas, J.M. Melse, D. Nagelhout, H. Visser, H.J.M. de Vries en H. van Zeijts


Rapportnummer:
RIVM rapport 550031001


Jaar van uitgave:
2006


Website: Methoderapport Duurzaamheidsverkenning (PDF)
 
Milieubalans 1999
 

In de Milieubalans 1999 wordt de balans opgemaakt van actuele ontwikkelingen in de milieudruk (emissies en afval) en milieukwaliteit (water, bodem, lucht) tegen de achtergrond van het gevoerde milieubeleid en maatschappelijke ontwikkelingen.

De eindverantwoordelijkheid voor de inhoud van de Milieubalans 1999 ligt bij het RIVM.

Klik hier voor het hele rapport (pdf).


Website: Milieubalans 1999 (PDF)
Email:info@rivm.nl
 
Milieubalans 2000
 

In de Milieubalans 2000 is te lezen hoe de kwaliteit van het Nederlandse milieu er anno 2000 voor staat, waardoor dit komt en wat de effecten zijn op mens en natuur.

De cijfermatige onderbouwing staat in het Milieucompendium, een gezamenlijke uitgave van het CBS en het Milieu- en Natuurplanbureau (nu PBL).

Klik hier voor het hele rapport (pdf).


Website: Milieubalans 2000 (webpage)
 
Milieubalans 2003
 

De Milieubalans 2003 besteedt bijzondere aandacht aan het Nederlandse milieu(beleid) in Europese context. Meer dan 80% van het milieuen natuurbeleid in Nederland wordt door Brussel voorgeschreven. De uitvoering daarvan leidt soms tot conflicten met Nederlands beleid, zoals bij de Nitraatrichtlijn.

Toch pakken gemeenschappelijke Europese milieuregels vaak gunstig uit. Nederland kan milieukosten besparen door goed en vroeg te kiezen welk beleid Nederland moet maken en welk de Europese Unie.

Klik hier voor het rapport Milieubalans 2003.

 


Website: Milieubalans 2003 (webpage)
 
Milieubalans 2004
 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting editie 2004:
De implementatie van Europese richtlijnen in Nederland en de ingezette decentralisatie en integratie van het milieubeleid leidt tot spanningen, zowel in Nederland zelf als tussen Den Haag en Brussel. Er ligt op rijksniveau nog een uitdaging om een duidelijke strategie te formuleren over de interactie tussen het Rijk en de EU en over de invulling van de scharnierfunctie tussen de EU en de regio.


Website: Milieubalans 2004 (PDF)
 
Milieubalans 2005
 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

 

Samenvatting editie 2005:

Europese milieueisen maken aanvullend Nederlands beleid noodzakelijk. Het uitvoeren van de Europese emissie-eisen leidt tot forse vermindering van uitstoot van vervuilende stoffen in Nederland. Maar door de specifieke situatie in Nederland is dat niet genoeg om te voldoen aan de milieukwaliteitseisen die de Europese Unie stelt.


Website: Milieubalans 2005 (PDF)
 
Milieubalans 2006
 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

  

Samenvatting editie 2006:

De milieudruk in Nederland is de laatste jaren steeds verder afgenomen, ondanks de groei van de economie (Bruto Binnenlands Product). Voor de periode tot 2010 wordt geraamd dat de ontkoppeling tussen milieudruk en economische groei doorzet. Dit neemt niet weg dat Nederland moeite heeft om met het vastgestelde beleid aan de EU-eisen te voldoen, ondanks aanvullend nationaal beleid boven op het EU-bronbeleid.

 

 


Website: Milieubalans 2006 (PDF)
 
Milieubalans 2007
 

 

Jaarlijkse publicatie door het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting editie 2007:
De afgelopen jaren is veel vooruitgang geboekt op milieugebied, vooral door technologische maatregelen. Veranderingen in het gedrag van consumenten hebben amper een rol gespeeld. Door een toename in reizen en het gebruik van elektrische apparaten nam het energiegebruik door consumenten toe. Consumenten zijn zich hier echter wel meer van bewust en zijn bereid financieel bij te dragen, mits de lasten verdeeld worden.


Website: Milieubalans 2007 (PDF)
 
Milieubalans 2008
 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting editie 2008:
Nederland heeft veel baat bij Europees milieubeleid; het is vaak effectiever en goedkoper dan nationaal beleid. Maar omdat Nederland een dichtbevolkt en laaggelegen land is, zijn alleen Europese maatregelen vaak ontoereikend om de beleidsdoelen te halen. Voor de benodigde aanvullende nationale maatregelen is de speelruimte beperkt vanwege de randvoorwaarden die Brussel hieraan stelt.


Website: Milieubalans 2008 (PDF)
 
Milieubalans 2009
 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting edtite 2009:
Milieu-innovaties en milieuvriendelijke consumptie zijn cruciaal voor slagen van het milieubeleid. Door de economische recessie zijn belangrijke stimulansen voor milieu-innovatie weggevallen. De overheid moet daarvoor nieuwe impulsen ontwikkelen.


Website: Milieubalans 2009 (PDF)
 
Monitor Duurzaam Nederland 2009
 

Samenvatting:
Vanaf de Tweede Wereldoorlog is het gemiddelde inkomen, de gezondheid en het opleidingsniveau in Nederland aanzienlijk toegenomen. Bovendien hebben Nederlanders een grote mate van vertrouwen in hun medeburgers en de instituties. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is er aandacht nodig voor arbeid en vergrijzing, kennis en sociale samenhang. De grootste ‘zorgen voor morgen’ spelen echter op milieugebied. Vooral de problemen op het vlak van klimaatverandering en biodiversiteit zijn weerbarstig doordat de oplossingen een internationale aanpak vereisen.

Auteurs:
Boelhouwer, J., A. Hanemaaijer, R. Hoekstra, J.P. Smits, H. Stolwijk, R. Euwals, A. Nieuwenhuis en D. van Vuuren

Jaar van uitgave:
2009


Website: Monitor Duurzaam Nederland 2009 (PDF)
 
Monitoring van aerosol in Europa met AATSR. HIRAM eindrapport
 

Samenvatting:

Fijnstofconcentraties zijn moeilijk vergelijkbaar tussen verschillende EU-lidstaten, omdat landen verschillende meetmethoden hanteren. In dit rapport is onderzocht of satellietmetingen (AATSR) kunnen worden gebruikt om fijnstofconcentraties op Europese schaal beter in kaart te brengen.

 

Auteurs:

Koelemeijer R.B.A., M. Schaap, R.M.A. Timmermans, T. van Noije, J. Matthijsen, .P.J.H. Builtjes, R. Schoemaker en G. de Leeuw

 

Rapportnummer:

555034002

 

Jaar van uitgave:

2007


Website: Monitoring van aerosol in Europa met AATSR. HIRAM eindrapport (PDF)
 
Nationale Milieuverkenning 6 (2006 - 2040)
 

Samenvatting:
Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) constateert in de Nationale Milieuverkenning 6 dat er nog veel milieuwinst te bereiken is met technologie en internationale samenwerking. Afnemende milieudruk bij voortgaande economische groei is alleen mogelijk bij een sterke overheid en bij veel internationaal milieubeleid. Bij meer marktwerking en hoge economische groei ontstaat echter herkoppeling tussen economische groei en milieudruk, en neemt de uitstoot van veel stoffen weer toe. In beide gevallen produceert Nederland in de toekomst meer, maar ook schoner.

 

Auteur:
Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)


Rapportnummer:
RIVM rapport 500085001


Jaar van uitgave:
2006


Website: Nationale Milieuverkenning 6 (2006 - 2040)(PDF)
 
Natuurbalans 2002
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau van de Leefomgeving.

Samenvatting:
Om de Ecologische Hoofdstructuur te realiseren is verdere ordening van de groene ruimte noodzakelijk. Dat is de hoofdconclusie uit de Natuurbalans 2002. Natuur heeft grote sociale en economische betekenis. De inwoners van Nederland vinden dat natuurgebieden en gevarieerde landschappen een wezenlijke bijdrage leveren aan hun welzijn. Daarnaast hebben natuur en landschap een substantikle economische waarde, onder andere vanwege de inkomsten uit recreatie in natuurgebieden en de bereidheid van kopers om meer te betalen voor een huis in een groen gebied. Er zijn bovendien steeds meer gegevens die er op wijzen dat de gezondheid van mensen baat heeft bij een groene omgeving.

Op Europees niveau is een lijst van internationaal te beschermen planten- en diersoorten samengesteld. Nederland is hiervoor verplichtingen aangegaan die zijn vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Om het maatschappelijke draagvlak voor dit soortenbeleid te vergroten en het beleid hanteerbaar te maken moet meer zicht komen op het verband tussen het voorkomen van individuen en populaties van soorten en de ligging van hun leefgebieden. Voor het bereiken van de natuurdoelen is ordening van de groene ruimte nodig om het beoogde samenhangende netwerk van natuurgebieden, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te realiseren. Het aanbod van aan te kopen grond voor de realisatie van de EHS neemt de laatste drie jaar toe. De nieuwe regering heeft het voornemen het jaarlijkse budget voor de aankoop van grond te halveren en meer particuliere eigenaren in te zetten bij het ontwikkelen en beheren van natuur. Langjarige contracten met deze particulieren kunnen een bijdrage aan de natuurdoelen leveren, maar blijken nauwelijks goedkoper dan aankoop. Ook vergt een samenhangende EHS, indien minder grond voor natuurontwikkeling wordt opgekocht, een goede ruimtelijke bescherming.

Rapportnummer:
RIVM rapport 408663007


Website: Natuurbalans 2002 (PDF)
 
Natuurbalans 2003
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

 

Samenvatting:
Belangrijkste conclusies uit de Natuurbalans 2003. Aanpassing van natuur aan klimaatverandering vraagt tijd en ruimte: 1/ Om soorten een kans te geven zich aan klimaatverandering aan te passen, zou het overheidsbeleid zich zowel moeten richten op het verlagen van het tempo van opwarming van de aarde als op het bieden van leefruimte. 2/Soorten waarvan de leefgebieden ongeschikt worden, moeten naar andere gebieden kunnen uitwijken anders sterven de populaties uit. Daarom is het van belang dat er een netwerk van samenhangende natuurgebieden beschikbaar is. Ecologische hoofdstructuur biedt op papier perspectief, maar praktijk blijkt weerbarstig. 1/ Met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zou een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten ontstaan. De realisatie ervan ligt echter achter op schema. 2/ Bovendien is de milieukwaliteit in en rond de EHS ongeschikt voor de gewenste natuur.

 

Rapportnummer:
RIVM rapport 408663008


Website: Natuurbalans 2003 (PDF)
 
Natuurbalans 2000
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
In de Natuurbalans 2000 wordt de balans voor de natuur in Nederland opgemaakt: Hoe gaat het met de uitvoering van het beleid? (toestandsbeschrijving); Waar liggen problemen en wat zijn de oorzaken? (kritische analyse), en Waar liggen kansen en oplossingen? (kritische evaluatie en conclusies). De Natuurbalans laat duidelijk zien waar samenwerking met andere beleidsvelden (onder meer ruimte en milieu) noodzakelijk is en hoe dit moet worden vormgegeven.

Rapportnummer:
RIVM rapport 408663005


Website: Natuurbalans 2000 (PDF)
 
Natuurbalans 2001
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
Het natuurbeleid dreigt te verzanden wanneer de rijksoverheid de regie op de uitvoering van het beleid niet strakker in handen neemt, zo constateert het Natuur- planbureau in de Natuurbalans 2001. Het gaat met name om de samenhang tussen natuur-, milieu-, water- en ruimtelijk beleid. Decentrale overheden spelen een steeds belangrijkere rol bij de uitvoering van het natuur- en landschapsbeleid. Dat maakt de behoefte aan regie door de rijksoverheid nog groter. Bovendien bepaalt de Europese Unie steeds sterker het natuurbeleid en rekent de Nederlandse overheid daarop af.

De Natuurbalans 2001 meldt dat het met de kwaliteit van de natuur in Nederland nog steeds slecht gaat. Zo staat ongeveer een kwart van de plantensoorten en tweederde van de dagvlindersoorten op de Rode Lijst. Bijzondere planten- en diersoorten zijn teruggedrongen tot kleine kernen van natuurgebieden. Vermesting, verzuring, verdroging en versnippering staan op veel plaatsen de terugkeer van deze soorten nog steeds in de weg. Het is dan ook niet toevallig dat lokale successen van het natuurbeleid juist zichtbaar zijn in grotere eenheden natuur die op enige afstand liggen van verzurende en vermestende landbouwbedrijven en waar voldoende water van goede kwaliteit aanwezig is. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in het duingebied en sommige beekdalen, zoals Drentsche Aa, Reest en Geuldal. Hier komen allerlei kieskeurige plantensoorten terug; in de duinen gaat het om soorten als borstelbies en waterpunge. In veel natuurgebieden kunnen bijzondere soorten alleen met intensief beheer in stand worden gehouden.

Het is dan ook te verdedigen dat de rijksoverheid inzet op de vorming van de Ecologische Hoofdstructuur. Een positieve ontwikkeling hierbij is dat het natuurbeleid van rijk en provincies niet langer gaat over het aantal hectares Ecologische Hoofdstructuur alleen, maar ook over de kwaliteit van de natuur. Rijk en provincies stellen de natuurdoelen die zij willen realiseren vast.

Overigens dreigen hier conflicten met het natuurbeleid van de Europese Unie, zoals dat in de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn is beschreven. De Europese Unie legt namelijk het accent op behoud van planten- en diersoorten binnen én buiten natuurgebieden, terwijl het Nederlandse beleid het accent legt op de ontwikkeling van nieuwe natuur. Deze verschillen hebben al geleid tot conflicten. Het conflict over de korenwolf in Limburg is een voorbeeld van het accentverschil rond bescherming van soorten buiten natuurgebieden. Conflicten over natuurontwikkeling in Friesland-buitendijks en compensatie van natuur in de Westerschelde zijn beide voorbeelden van het accent dat de Europese Unie legt op behoud van planten- diersoorten versus het Nederlandse accent op ontwikkeling van nieuwe natuur.

Rijk en provincies gebruiken de natuurdoelen om beheerders (zoals Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen) af te rekenen op het bereikte natuurresultaat. Het zijn echter niet alleen de terreinbeheerders die invloed hebben op de realisatie van natuurkwaliteit. Ook de provincies hebben veel invloed door middel van het milieu-, water- en ruimtelijk beleid. Waterschappen horen zorg te dragen voor voldoende goed water voor natuurgebieden en gemeenten kunnen via hun bestemmingsplannen de planologische bescherming van natuurgebieden bepalen door beperkingen op te leggen aan onder meer bebouwing en wegenaanleg.

Terwijl rijk en provincies harde afspraken maken met beheerders is het onzeker of provincies, waterschappen en gemeenten bereid zijn om hun water-, milieu- en ruimtelijk beleid af te stemmen op de natuurdoelen die het rijk en de provincies momenteel op kaart zetten. Het rijk laat dit namelijk over aan het krachtenveld op provinciaal en gemeentelijk niveau, terwijl de Nederlandse overheid wel verantwoording aan de Europese Unie schuldig is over de realisatie in de Habitat- en Vogelrichtlijn vastgelegde natuurdoelen.

Buiten de natuurgebieden gaan soorten zoals de grutto en de steenuil hard achteruit en gaat de vervlakking van het landschap door. Ook voor het landschapsbeleid geldt dat het Rijk veel overlaat aan het provinciaal en gemeentelijk niveau. Zo'n 80 procent van de waardevolle landschappen komt in de zogenoemde balansgebieden van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening terecht. Daarvan dreigt voor ongeveer 20 procent een hoge verstedelijkingsdruk. Juist in de directe omgeving van de Randstad, waar de verstedelijkingsdruk het hoogst is, liggen open landschappen die internationaal gezien grote betekenis hebben. Voorbeelden daarvan zijn droogmakerijen en veenweidegebieden. Zolang het Rijk voor het landschap geen heldere prioriteiten stelt, zal de regionale identiteit verder afkalven.

Niet alleen op het land, ook voor het water geldt dat de rijksoverheid internationale verantwoordelijkheden heeft. Dat geldt in het bijzonder voor de kustzone. Hier concentreren zich veel zeldzame vissoorten en andere diersoorten. Juist in de kustzone heeft het kabinet plannen voor de ontwikkeling van een tweede Maasvlakte, een windmolenpark (en wellicht toch een luchthaven in zee). De kabinetsnota 'Natuur voor mensen, mensen voor natuur' kondigt aan dat in 2002 voor de Noordzee concrete ecologische kwaliteitsdoelen zijn geformuleerd. De afstemming van het economisch en veiligheidsbeleid op biodiversiteitsdoelen is een volgende noodzakelijke stap. Of die stap daadwerkelijk wordt gezet, is afhankelijk van de inzet van het ministerie van LNV en andere departementen.

Rapportnummer:
RIVM rapport 408663006


Website: Natuurbalans 2001 (PDF)
 
Natuurbalans 2004
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
Dier- en plantensoorten profiteren van de verbeterde milieukwaliteit en van de bescherming door Europese regelgeving. Toch nemen de Nederlandse natuur- en landschapskwaliteit nog altijd af. Het kabinet legt meer verantwoordelijkheden neer bij provincies en gemeenten. Vooral van de provincies wordt daarmee een krachtige regie gevraagd.

 

Rapportnummer:
RIVM rapport 408663009


Website: Natuurbalans 2004 (PDF)
 
Natuurbalans 2005
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
Met de door het kabinet beoogde omslag van natuurbeheer door aankoop van gronden naar natuurbeheer in particulier en agrarisch eigendom, komt de ruimtelijke samenhang in beheer onder druk te staan. Bovendien zijn er indicaties dat met de huidige regelingen voor agrarisch natuurbeheer, zonder aanvullende inrichtingsmaatregelen, niet de natuurdoelen worden bereikt die terreinbeherende organisaties wel kunnen realiseren.

Niet alleen de biodiversiteit, maar ook het Nederlandse landschap staat onder druk. In een kwart van Nederland wordt de belevingswaarde van het landschap negatief beïnvloed door verstedelijking. In de praktijk blijkt het ruimtelijk beleid nauwelijks bescherming te bieden aan de kwaliteit van het landschap. Bovendien is er minder geld beschikbaar dan nodig is om de hooggespannen verwachtingen van de rijksoverheid waar te maken rond het beleid voor de Nationale Landschappen.

Rapportnummer:
RIVM rapport 408763002


Website: Natuurbalans 2005 (PDF)
 
Natuurbalans 2006
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

 

Samenvatting:
Het Nederlandse platteland wordt steeds minder landelijk, minder open en er is meer visuele verstoring. Boerderijen hebben vaker alleen nog een woonbestemming en de landbouw wordt steeds industriëler van karakter. De natuur wordt eenvormiger. Karakteristieke planten- en diersoorten blijven in aantal achteruitgaan, hoewel het natuurareaal is toegenomen en milieucondities in de natuur zijn verbeterd. De EU-doelstelling om de biodiversiteitsafname in 2010 tot stilstand gebracht te hebben kan in Nederland waarschijnlijk niet gehaald worden.

Rapportnummer:
RIVM rapport 500402001


Website: Natuurbalans 2006 (PDF)
 
Natuurbalans 2007
 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
Zowel nationaal als internationaal belangrijke landschappen en natuurgebieden in Nederland versnipperen. Het gevoerde beleid is vooralsnog niet in staat om deze versnippering te stoppen. Als gevolg van verspreide bebouwing boeten vooral de Nationale landschappen aan betekenis in.

Rapportnummer:
RIVM rapport 500402005


Website: Natuurbalans 2007 (PDF)
 
Natuurbalans 2008
 

 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
Het huidige natuur- en milieubeleid heeft gunstige gevolgen voor de Nederlandse natuur. De oppervlakte aan natuurgebied neemt toe en de milieu- en ruimtecondities verbeteren. Dit is echter nog onvoldoende om de gestelde natuurdoelen tijdig te realiseren. Het natuurbeleid kan aan kracht winnen als het meer gericht wordt op realisatie van doelen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.

Rapportnummer:

RIVM rapport 500402008


Website: Natuurbalans 2008 (PDF)
 
Natuurbalans 2009
 

Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
De aankoop van nieuwe natuur voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) stagneert. Ook de bijdrage aan de EHS door agrariërs en particulieren blijft achter. Bovendien zijn de verbindingen die de EHS-gebieden tot een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten maken, nog niet overal duidelijk begrensd. Toch zijn er kansen om de EHS te realiseren als de overheid prioriteit geeft aan het vergroten en verbinden van natuurgebieden, als ruilgronden beter worden ingezet en als er heldere en werkbare afspraken komen tussen het rijk en de provincies.

Rapportnummer:
RIVM rapport 500402017


Website: Natuurbalans 2009 (PDF)
 
Natuurbalans 1998
 

Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Samenvatting:
In de Natuurbalans 98 maakt het Natuurplanbureau de balans op van actuele ontwikkelingen in natuur en landschap tegen de achtergrond van het gevoerde beleid.

Rapportnummer:
RIVM Rapport 408663004


Website: Natuurbalans 1998 (PDF)
 
PM10 in Nederland. Rekenmethodiek, concentraties en onzekerheden
 

Samenvatting:
Europese richtlijnen bevatten grenswaarden om de effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid van de mens te beperken. De luchtkwaliteit in Nederland moet sinds 2005 aan deze grenswaarden voldoen. In 2005 zijn de PM10-grenswaarden plaatselijk overschreden. In Nederland vormen zowel metingen als modelberekeningen de basis voor de vaststelling of grenswaarden al dan niet worden overschreden. De metingen en modelberekeningen van fijn stof en de onzekerheid daarin hebben extra aandacht genoten sinds de grenswaarden voor fijn stof in 2005 van kracht zijn geworden. Dit achtergrondrapport behandelt de methodiek en onzekerheden waarmee PM10-kaarten voor Nederland worden gemaakt. Het rapport beoogt de vastlegging van feiten en onzekerheden rond modelberekeningen en metingen van fijn stof. Verder wordt aangegeven welke ontwikkelingen van modelberekeningen en metingen de nauwkeurigheid van fijnstofconcentraties kunnen verbeteren.

 

Auteurs:
Matthijsen, J. en H. Visser

 

Rapportnummer:
RIVM rapport 500093005

 

Jaar van uigave:
2006


Website: PM10 in Nederland. Rekenmethodiek, concentraties en onzekerheden (PDF)
 
Staat van het klimaat 2008
 

Deze brochure van het Platform Communication on Climate Change (PCCC) biedt een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat, klimaatverandering, klimaatonderzoek en klimaatbeleid in het afgelopen jaar. Het jaar stond vooral in het teken van de Deltacommissie.


Website: Staat van het klimaat 2008 (PDF)
 
Staat van het Klimaat 2010
 

Samenvatting:
Deze publicatie geeft een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat in 2010. Het is een uitgave van de onderzoeksinstellingen die samenwerken binnen het Platform Communication on Climate Change. Enkele punten waar op in wordt gegaan zijn: de paradox tussen de koude winters in Nederland en het wereldwijd gezien erg warme jaar, een aantal extreme weersgebeurtenissen uit 2010 en de politisering van het klimaatdebat.

Auteur(s):
Platform Communication on Climate Change (PCCC)

Rapportnummer:
ISBN/EAN: 978-94-90699-02-4

Jaar van uitgave:
2011


Website: Staat van het Klimaat 2010
Email:a.bleiksloot@programmabureauklimaat.nl
Websites (6)
 
Compendium voor de Leefomgeving (CLO)
 

Het Compendium voor de Leefomgeving is een online informatiebron met feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte. Het compendium is gericht op beleidsmakers, onderzoekers en burgers. Het Compendium voor de Leefomgeving is ontstaan uit de samenvoeging van twee websites: het voormalige Milieu- en Natuurcompendium en de Monitor Nota Ruimte.

Organisatie: CBS, het PBL en Wageningen UR. Het CLO wordt gerealiseerd door een projectteam met medewerkers van de drie instituten. Eindverantwoordelijk is de Stuurgroep CLO, die bestaat uit vertegenwoordigers van de drie instituten.


Website: Compendium voor de Leefomgeving
Email:redactie@milieuennatuurcompendium.nl
 
Klimaatportaal
 

Het Klimaatportaal is de digitale toegangspoort van de Nederlandse kennisinstituten tot actuele kennis over het klimaat. Thema's zijn klimaatverandering, gevolgen, aanpassingsmogelijkheden en mitigatie maatregelen. Het klimaatportaal richt zich op beleidsmakers, bedrijfsleven, belangengroepen, media en publiek.

Organisatie: Platform Communication on Climate Change (PCCC). Dit is een samenwerkingsverband tussen PBL, KNMI, NWO, Wageningen UR, de Vrije Universiteit Amsterdam, ECN en Universiteit Utrecht. Het klimaatportaal wordt ondersteund door het BSIK programma Klimaat voor Ruimte.

Contactpersoon:
Ottelien van Steenis
Telefoon: 0317 - 48 65 40


Website: Klimaatportaal
Email:o.van.steenis@programmabureauklimaat.nl
 
Monitor Nationale Landschappen
 

De Monitor Nationale Landschappen bevat indicatoren voor kernkwaliteiten die mede sturend zijn voor de gebiedsontwikkeling in de nationale landschappen. Verder zijn in deze online rapportage indicatoren opgenomen over migratiesaldo, de landschapswaardering en grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen in de nationale landschappen. In 2009 werd een nulmeting uitgevoerd en verscheen de Monitor voor het eerst.

Organisatie: Planbureau voor de Leefomgeving en Alterra. 

De Monitor is een onderdeel van het Compendium voor de Leefomgeving.


Website: Monitor Nationale Landschappen
Email:redactie@milieuennatuurcompendium.nl
 
Monitor Nota Ruimte
 

Online rapportage uit die de feitelijke ruimtelijke ontwikkelingen weergeeft. De 'Monitor Nota Ruimte' schetst aan de hand van een 70-tal indicatoren een beeld van Nederland op ruimtelijk gebied. De indicatoren worden tweejaarlijks geüpdate.

Organisatie: Planbureau voor de Leefomgeving, CBS en Wageningen Universiteit en Researchcentrum

De Monitor Nota Ruimte is een onderdeel van het Compendium voor de Leefomgeving.

Contactpersoon:
Johan van der Schuit (PBL)


Website: Monitor Nota Ruimte
Email:johan.vanderschuit@pbl.nl
 
Atlas Leefomgeving
 

De Atlas Leefomgeving is een website waarmee burgers en professionals informatie over hun leefomgeving op het gebied van milieu en gezondheid op kunnen vragen. De site optimaliseert alle beschikbare overheidsinformatie door deze toegankelijk, begrijpelijk en vergelijkbaar te presenteren met behulp van innovatieve ICT.

Met de Atlas voldoet Nederland in één keer aan toekomstige Europese ontwikkelingen, zoals INSPIRE en SEIS.

De eerste release van de Atlas Leefomgeving staat gepland voor eind 2010. Op de website Atlas Info is alle informatie over het programma Atlas Leefomgeving te vinden.

Organisatie: ministerie van I&M in samenwerking met een aantal gemeenten, provincies, een milieudienst en diverse landelijke instellingen. De ambitie is dat in 2020 alle gemeenten en provincies aangesloten zijn. Verder zijn diverse belangenorganisaties en kennisinstituten bij het project betrokken, zoals het RIVM, PBL, IPO, VNG, EL&I, Alterra, GGD'en, Astmafonds, Vereniging Eigen Huis.


Website: Atlas Info
Email:redactie@portaal.atlasinfo.nl
 
Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN)
 

Website met kaarten van grootschalige concentraties voor Nederland voor diverse luchtverontreinigende stoffen, waarvoor Europese regelgeving bestaat. Deze kaarten worden jaarlijks uitgegeven. De kaarten geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren.

Organisatie: RIVM, met medewerking van het LML, Emissieregistratie, TNO Automotive, GGD Amsterdam en DCMR Milieudienst Rijnmond


Website: GCN
Email:gcn-info@rivm.nl
 

Deskundigen

Monitoring deskundigen (6)
 
Knol, Onno
 

Organisatie:
Planbureau voor de Leefomgeving

Functie/taken:

  • Contactpersoon namens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)

Postadres:
Postbus 303
3720 AH  Bilthoven

Bezoekadres:
Antonie van Leeuwenhoeklaan 9
3721 MA  Bilthoven

Telefoon (direct): 030 - 274 37 76
Fax: 030 - 274 44 85


Website: PBL
Email:Onno.Knol@pbl.nl
 
Nienhuis, Gerard
 

Organisatie:
Provincie Overijssel

Functie/taken:

  • Trekker eindredactie Monitoringportaal
  • GIS-adviseur provincie Overijssel 
  • GIS-adviseur GBO provincies (IPO)
  • Functioneel beheerder LBO Ondergronden en referenties (IPO)

Postadres:
Postbus 10078
8000 GB Zwolle

Telefoon: 038 - 499 9476

Social media:
LinkedIn: Gerard Nienhuis
Twitter: gerardnienhuis
Profiel op GBO provincies: Gerard Nienhuis


Website: Provincie Overijssel
Email:g.nienhuis@overijssel.nl
 
Bakema, Aldrik
 

Organisatie:
Planbureau voor de Leefomgeving

Functie/taken:

  • Contacpersoon Monitoring Planbureau voor de Leefomgeving 
  • Lid Stuurgroep Informatie Desk Standaarden Water (IDSW)
  • Lid Werkgroep Monitoring MWNL
  • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

Postadres:
Postbus 303
3720 AH  Bilthoven

Telefoon: 030 - 274 35 31


Website: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Email:aldrik.bakema@pbl.nl
 
Giessen, Anton van der
 

Organisatie:
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Functie/taken:

  • Hoofd afdeling Informatievoorziening Methodologie Planbureau van het Planbureau voor de Leefomgeving
  • Lid stuurgroep Monitoring MWNL
  • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

Postadres:
Postbus 303
3720 AH  Bilthoven

Telefoon: 030 - 274 33 61


Website: Planbureau voor de Leefomgeving
Email:anton.vandergiessen@pbl.nl
 
Huitzing, Hiddo
 

Organisatie:
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Functie/taken:

  • Contactpersoon Datalogistiek
  • Contactpersoon Geoloket PBL
  • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

Postadres:
Postbus 303
3720 AH  Bilthoven

Telefoon (Direct): 030 - 274 29 79
Telefoon (Geoloket) 030 - 274 33 33

..


Website: Planbureau voor de Leefomgeving
Email:hiddo.huitzing@pbl.nl
 
Put, Arjan van der
 

Organisatie:
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Functie/taken:

  • Contacpersoon Datalogistiek
  • Contactpersoon Geoloket PBL
  • Binnen de organisatie contactpersoon voor monitoringdeskundigen

Postadres:
Postbus 303
3720 AH  Bilthoven

Telefoon: 030 - 274 31 66


Website: Planbureau voor de Leefomgeving
Email:arjan.vanderput@pbl.nl
 

Systemen en projecten

Monitoringactiviteiten (4)
 
Onderzoek in het kader van International Cooperative Programme on Modelling and Mapping of Critical Loads & Levels and Air Pollution Effects, Risks and Trends (ICP-M&M)
  Nummer: 20


Verzamelde informatie
Resultaten van ad hoc meetprogramma's en experimenten


Wijze van gegevensverzameling



Instanties die gegevens aanleveren


Databeheer



Openbaarheid



 
Jaarlijks onderzoek naar de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu en de effectiviteit van beleid
  Nummer: 73


Verzamelde informatie
Informatie over de ontwikkeling van de kwaliteit van het milieu en de effecten van het milieubeleid.


Wijze van gegevensverzameling
Op basis van diverse monitoringsactiviteiten.


Instanties die gegevens aanleveren


Databeheer
MNP-RIVM


Openbaarheid
Ja


 
Berekening geluidbelasting in Nederland
  Nummer: 74


Verzamelde informatie
-Lokale geluidbelasting, naar bron (weg-, rail-, luchtverkeer, industrie) en cumulatief (weg-, rail- en luchtverkeer);
-Geluidbelaste woningen (onderverdeeld naar provincie);
-Geluidbelast oppervlak (onderverdeeld naar provincie);
-Geluidbelaste stiltegebieden;
-Gemiddelde geluidbelasting per gemeente;
-Geluidbelaste EHS-gebieden (Ecologische Hoofdstructuur);
-Geluidbelaste woningen rondom Schiphol.


Wijze van gegevensverzameling
Berekening geluidbelasting d.m.v. EMPARA-model, op basis van gegevens van:
-AVV (Adviesdienst Verkeer en Vervoer) over wegen (Nationaal Wegen Bestand (NWB) en BASNET), verkeersintensiteiten (INWEVA-bestand) en prognoses (Landelijk Model Systeem (LMS));
-DWW (Dienst Weg- en Waterbouwkunde) over locaties met zoab en geluidschermen;
-provincies over provinciale wegen (verkeersintensiteiten, wegdektype en geluidschermen), stiltegebieden en Ecologische Hoofdstructuur (EHS);
-enkele gemeenten over verkeersintensiteiten op binnenstedelijke wegen (verkeersmilieukaarten (VMK's));
-AEA Technology Rail over geluidsemissies van spoorwegen en prognoses van railverkeer;
-NLR (Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium) over geluidszones en -contouren, vliegvelden, aanvliegroutes, en gebruikgegevens van luchthavens;
-Alterra


Instanties die gegevens aanleveren
AVV
Provincies
AEA Technology Rail
NLR


Databeheer
MNP-RIVM


Openbaarheid
Ja


 
Meting van geluid van wegverkeer, railverkeer en luchtvaart op 6 locaties (Geluidmonitor)
  Nummer: 84


Verzamelde informatie
Continue geluidsmetingen van:
-wegverkeer (2 lokaties langs rijkswegen en 1 stadlocatie);
-railverkeer (2 lokaties);
-luchtvaart (1 lokatie: Volkel).

-Meetresultaten (in Lden, LAeq, Lden en (voor lokatie Volkel) B65/Ke);

-Voor bepaalde lokatie(s) ook aantal overschrijdingen (events), en tijdstip en tijdsduur van event;

-Berekende geluidsemissies (weg- en railverkeer) op basis van meetresulaten;
-Vergelijking meetresultaten met berekeningen op basis van Reken- en Meetvoorschriften, het Akoustisch Spoorboekje en berekeningen van het Nationaal Lucht en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).


Wijze van gegevensverzameling
Continue geluidsmetingen met geluidapparatuur en GSM-modem. Eén keer per maand worden de gegevens 'opgebeld' door een computer en opgeslagen in de NMS database (Noise Monitoring System).


Instanties die gegevens aanleveren


Databeheer



Openbaarheid
Worden gepubliceerd in Geluidmonitor


Monitoringsystemen en -projecten (4)
 
Duurzame Informatievoorziening Milieu- en Natuurplanbureau (DUIN)
 

Het doel van het DUIN project is het verwerven, beheren en toegankelijk maken van gegevens voor de onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Wageningen UR ten behoeve van de productie van de jaarlijkse Natuurbalans, Leefomgevingsbalans en vierjaarlijkse Natuurverkenning en andere reguliere producten in het kader van de Natuurplanbureaufunctie.


Per 1 mei 2010 is de website van DUIN opgeheven.

 

Participerende organisaties: PBL, WUR/WOT Natuur & Milieu
Aansturing: Stuurgroep DUIN
Voorzittende organisatie: PBL

Contactpersonen: Kees Schotten en Paul Hinssen (paul.hinssen@wur.nl)


Website: DUIN (website WUR)
Email:Kees.Schotten@pbl.nl
 
Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN)
 

Het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN) is een landsdekkend bestand gebaseerd op een combinatie van geodata waarbij satellietgegevens een belangrijke informatiebron zijn. Het LGN-bestand is een product van het Centrum voor Geo-informatie dat onderdeel uitmaakt van Wageningen Universiteit en Research centrum.

Participerende organisaties: PBL, RPB, EL&I, I&M, provincies, waterschappen, CBS, Alterra


Website: Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland
Email:gerard.hazeu@wur.nl
 
Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) / SNL Natuurkwaliteit en Monitoring
 

Dit betreft twee gekoppelde projecten:

1. Project Subsidistelsel Natuur en Landschap (SNL) (voorheen Omvorming Programma Beheer)
Het project SNL is gericht op het verbeteren van het subsidiestelsel voor het natuurbeheer, het beheer van landschapselementen en het agrarisch natuurbeheer.

Projectleider: Herman Cohen Stuart (IPO)
Email: hcohenstuart@ipo.nl
Telefoon: 06 - 2890 1253

2. Project SNL Natuurkwaliteit en Monitoring (voorheen Waarborgen Natuurkwaliteit)
Het project heeft tot doel de ontwikkeling van een uniform systeem voor de beschrijving van natuurkwaliteit en de monitoring daarvan. Het systeem zal o.a. worden gebruikt voor de monitoring van de natuurkwaliteit in het kader van het ILG. Een bestuurlijk traject maakt onderdeel uit van het project.

Participerende organisaties: IPO, EL&I, I&M, Gegevensautoriteit Natuur, PBL, terreinbeheerders e.a.
Projectleider:  Peter Kouwenhoven
Telefoon: 06 - 2890 1280
Email: pkouwenhoven@ipo.nl

Stuurgroep en regiegroep SNL
De stuurgroep SNL geeft sturing aan de gecombineerde projecten SNL en Natuurkwaliteit en Monitoring.
Participerende organisaties: IPO, EL&I, I&M en PBL
Voorzittende organisatie: IPO
Voorzitter: Dhr. Beukema (directeur IPO)
Secretaris: Herman Cohen Stuart (IPO)

Contactpersoon: Herman Cohen Stuart (IPO)
Telefoon: 06 - 2890 1253
Email: hcohenstuart@ipo.nl


Email:pkouwenhoven@ipo.nl
 
Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden
 

Het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden brengt de invloed in beeld van ammoniakbronnen buiten de natuur op natuurgebieden. Het meetnet werd in 2005 opgezet om ammoniakconcentraties in de natuur te volgen en de modelberekeningen van de concentratie te toetsen. De metingen vinden plaats in Natura 2000 gebieden. Het meetnet levert ook een bijdrage aan de ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS) van het ministerie van EL&I.

 

De bijbehorende rapporten zijn via de gerelateerde items te bekijken.

 

Contactpersonen:

Margreet van Zanten (RIVM): margreet.van.zanten@rivm.nl

Eric Noordijk (PBL): eric.noordijk@pbl.nl


Website: Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (website RIVM)
 
 
Nieuw in portaal
Veel bezochte informatie

Invoerportaal flora en fauna

Trilateraal Monitoring en Assessment Programma

Wadwijzer.nl  PRISMA

Hydrotheek  WaddenZee.nl

Verspreidingsatlassen evertebraten

Centrum voor Milieu Monitoring

Monitoring geringde ganzen

CESAR Observatory