Organisaties > Overheden en semi-overheden:
Milieu- en Natuur Planbureau (MNP)
Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd in het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
|
|
Gerelateerde informatie in het Monitoringportaal:
|
Organisaties
|
|
Overheden en semi-overheden (1) |
| |
 | Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) |
|
| |
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is het planbureau voor de ruimte, het milieu en de natuur. Het verricht wetenschappelijke verkenningen, analyses, prognoses en beleidsevaluaties in (inter)nationale context die relevant zijn voor het strategisch regeringsbeleid. Het planbureau analyseert ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen die van belang zijn voor de leefomgeving van mens, plant en dier. Het verkent de toekomstige kwaliteit van leefomgeving en mogelijke beleidsopties. Het planbureau wil tevens bijdragen aan integrale ruimtelijke en ecologische afwegingsvraagstukken voor het beleid.
Het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) en het Ruimtelijk Planbureau (RPB) zijn sinds april 2008 samengevoegd en werken in het vervolg onder de naam Planbureau voor de Leefomgeving.
Locatie Bilthoven Postadres Postbus 303 3720 AH Bilthoven
Bezoekadres Gebouw W op het terrein van het RIVM Antonie van Leeuwenhoeklaan 9 3721 MA Bilthoven
Telefoon: 030 - 274 27 45 Fax: 030 - 274 44 79
Locatie Den Haag Postadres Postbus 30314 2500 GH Den Haag
Bezoekadres Oranjebuitensingel 6 2511 VE Den Haag
Telefoon: 070 - 328 87 00
Social Media: Twitter: leefomgeving Website: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) Email:info@pbl.nl |
| |
Produkten
|
|
Publicaties (11) |
| |
 | Natuurbalans 2002 |
|
| |
Jaarlijkse uitgave van het Planbureau van de Leefomgeving.
Samenvatting: Om de Ecologische Hoofdstructuur te realiseren is verdere ordening van de groene ruimte noodzakelijk. Dat is de hoofdconclusie uit de Natuurbalans 2002. Natuur heeft grote sociale en economische betekenis. De inwoners van Nederland vinden dat natuurgebieden en gevarieerde landschappen een wezenlijke bijdrage leveren aan hun welzijn. Daarnaast hebben natuur en landschap een substantikle economische waarde, onder andere vanwege de inkomsten uit recreatie in natuurgebieden en de bereidheid van kopers om meer te betalen voor een huis in een groen gebied. Er zijn bovendien steeds meer gegevens die er op wijzen dat de gezondheid van mensen baat heeft bij een groene omgeving.
Op Europees niveau is een lijst van internationaal te beschermen planten- en diersoorten samengesteld. Nederland is hiervoor verplichtingen aangegaan die zijn vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Om het maatschappelijke draagvlak voor dit soortenbeleid te vergroten en het beleid hanteerbaar te maken moet meer zicht komen op het verband tussen het voorkomen van individuen en populaties van soorten en de ligging van hun leefgebieden. Voor het bereiken van de natuurdoelen is ordening van de groene ruimte nodig om het beoogde samenhangende netwerk van natuurgebieden, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) te realiseren. Het aanbod van aan te kopen grond voor de realisatie van de EHS neemt de laatste drie jaar toe. De nieuwe regering heeft het voornemen het jaarlijkse budget voor de aankoop van grond te halveren en meer particuliere eigenaren in te zetten bij het ontwikkelen en beheren van natuur. Langjarige contracten met deze particulieren kunnen een bijdrage aan de natuurdoelen leveren, maar blijken nauwelijks goedkoper dan aankoop. Ook vergt een samenhangende EHS, indien minder grond voor natuurontwikkeling wordt opgekocht, een goede ruimtelijke bescherming.
Rapportnummer: RIVM rapport 408663007 Website: Natuurbalans 2002 (PDF) |
| |
 | Natuurbalans 2003 |
|
| |
Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Samenvatting: Belangrijkste conclusies uit de Natuurbalans 2003. Aanpassing van natuur aan klimaatverandering vraagt tijd en ruimte: 1/ Om soorten een kans te geven zich aan klimaatverandering aan te passen, zou het overheidsbeleid zich zowel moeten richten op het verlagen van het tempo van opwarming van de aarde als op het bieden van leefruimte. 2/Soorten waarvan de leefgebieden ongeschikt worden, moeten naar andere gebieden kunnen uitwijken anders sterven de populaties uit. Daarom is het van belang dat er een netwerk van samenhangende natuurgebieden beschikbaar is. Ecologische hoofdstructuur biedt op papier perspectief, maar praktijk blijkt weerbarstig. 1/ Met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zou een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten ontstaan. De realisatie ervan ligt echter achter op schema. 2/ Bovendien is de milieukwaliteit in en rond de EHS ongeschikt voor de gewenste natuur.
Rapportnummer: RIVM rapport 408663008 Website: Natuurbalans 2003 (PDF) |
| |
 | Natuurbalans 2004 |
|
| |
Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Samenvatting: Dier- en plantensoorten profiteren van de verbeterde milieukwaliteit en van de bescherming door Europese regelgeving. Toch nemen de Nederlandse natuur- en landschapskwaliteit nog altijd af. Het kabinet legt meer verantwoordelijkheden neer bij provincies en gemeenten. Vooral van de provincies wordt daarmee een krachtige regie gevraagd.
Rapportnummer: RIVM rapport 408663009 Website: Natuurbalans 2004 (PDF) |
| |
 | Natuurbalans 2005 |
|
| |
Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Samenvatting: Met de door het kabinet beoogde omslag van natuurbeheer door aankoop van gronden naar natuurbeheer in particulier en agrarisch eigendom, komt de ruimtelijke samenhang in beheer onder druk te staan. Bovendien zijn er indicaties dat met de huidige regelingen voor agrarisch natuurbeheer, zonder aanvullende inrichtingsmaatregelen, niet de natuurdoelen worden bereikt die terreinbeherende organisaties wel kunnen realiseren.
Niet alleen de biodiversiteit, maar ook het Nederlandse landschap staat onder druk. In een kwart van Nederland wordt de belevingswaarde van het landschap negatief beïnvloed door verstedelijking. In de praktijk blijkt het ruimtelijk beleid nauwelijks bescherming te bieden aan de kwaliteit van het landschap. Bovendien is er minder geld beschikbaar dan nodig is om de hooggespannen verwachtingen van de rijksoverheid waar te maken rond het beleid voor de Nationale Landschappen.
Rapportnummer: RIVM rapport 408763002 Website: Natuurbalans 2005 (PDF) |
| |
 | Natuurbalans 2006 |
|
| |
Jaarlijkse uitgave van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Samenvatting: Het Nederlandse platteland wordt steeds minder landelijk, minder open en er is meer visuele verstoring. Boerderijen hebben vaker alleen nog een woonbestemming en de landbouw wordt steeds industriëler van karakter. De natuur wordt eenvormiger. Karakteristieke planten- en diersoorten blijven in aantal achteruitgaan, hoewel het natuurareaal is toegenomen en milieucondities in de natuur zijn verbeterd. De EU-doelstelling om de biodiversiteitsafname in 2010 tot stilstand gebracht te hebben kan in Nederland waarschijnlijk niet gehaald worden.
Rapportnummer: RIVM rapport 500402001 Website: Natuurbalans 2006 (PDF) |
| |
 | Natuurbalans 2007 |
|
| |
Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Samenvatting: Zowel nationaal als internationaal belangrijke landschappen en natuurgebieden in Nederland versnipperen. Het gevoerde beleid is vooralsnog niet in staat om deze versnippering te stoppen. Als gevolg van verspreide bebouwing boeten vooral de Nationale landschappen aan betekenis in.
Rapportnummer: RIVM rapport 500402005 Website: Natuurbalans 2007 (PDF) |
| |
 | Natuurbalans 2008 |
|
| |
Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Samenvatting: Het huidige natuur- en milieubeleid heeft gunstige gevolgen voor de Nederlandse natuur. De oppervlakte aan natuurgebied neemt toe en de milieu- en ruimtecondities verbeteren. Dit is echter nog onvoldoende om de gestelde natuurdoelen tijdig te realiseren. Het natuurbeleid kan aan kracht winnen als het meer gericht wordt op realisatie van doelen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
Rapportnummer:
RIVM rapport 500402008 Website: Natuurbalans 2008 (PDF) |
| |
 | Natuurbalans 2009 |
|
| |
Jaarlijkse publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Samenvatting: De aankoop van nieuwe natuur voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) stagneert. Ook de bijdrage aan de EHS door agrariërs en particulieren blijft achter. Bovendien zijn de verbindingen die de EHS-gebieden tot een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten maken, nog niet overal duidelijk begrensd. Toch zijn er kansen om de EHS te realiseren als de overheid prioriteit geeft aan het vergroten en verbinden van natuurgebieden, als ruilgronden beter worden ingezet en als er heldere en werkbare afspraken komen tussen het rijk en de provincies.
Rapportnummer: RIVM rapport 500402017 Website: Natuurbalans 2009 (PDF) |
| |
 | Natuurverkenning 2 (2000 - 2030) |
|
| |
Samenvatting: Speerpunt in het natuurbeleid is de realisatie van een ruimtelijk samenhangende Ecologische Hoofdstructuur: een gebied waar rust, ruimte en natuur van enige omvang te vinden zijn. De Ecologische Hoofdstructuur zoals die nu op kaart staat, is na tien jaar beleidsuitwerking ruimtelijk te versnipperd om op nationaal niveau te kunnen spreken van een hoofdstructuur. De maatschappelijk-economische dynamiek is dermate groot dat overal in Nederland, maar met name in de Randstad, natuur en landschap onde druk staan en de ruimtelijke hoofdstructuur vervaagt. Om de beoogde rust, ruimte en biodiversiteit en de bijbehorende milieucondities alsnog te realiseren is een krachtiger ontsnippering nodig en een duidelijke planologische en milieu-bufferzone rond de Ecologische Hoofdstructuur. Om het beleid te vereenvoudigen, zou gebruik gemaakt kunnen worden van het bestaande beleidsconcept in de vorm van de bruto EHS.
Rapportnummer: RIVM rapport 408764006
Jaar van uitgave: 2002 Website: Natuurverkenning 2 (2000 - 2030) (PDF - let op, groot bestand) |
| |
 | Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur |
|
| |
PRISMA rapport
Volledige titel: Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur. Ruimte, milieu en watercondities voor duurzaam behoud van biodiversiteit
Samenvatting: Op verzoek van de ministeries van VROM en LNV heeft het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) onderzocht wat de knelpunten zijn op het gebied van ruimte, milieu en water voor een duurzaam behoud van biodiversiteit en in welke richting naar optimalisatie kan worden gezocht.
Auteurs: Lammers, G.W., A. van Hinsberg, W. Loonen, M.J.S.M. Reijnen en M.E. Sanders
Rapportnummer: Milieu- en Natuurplanbureau rapport nr. 408768003
Jaar van uitgave: 2005 Website: Optimalisatie Ecologische Hoofdstructuur (PDF) |
| |
 | Resultaten van het Landelijk Meetnet Regenwatersamenstelling over de periode 1992-2004 |
|
| |
Samenvatting: Tussen 1992 en 2004 heeft er een afname plaatsgevonden in Nederland van de hoeveelheid verontreinigende stoffen welke uit de buitenlucht via regenwater zijn neergeslagen op bodem, oppervlakte- en grondwater (natte depositie). Dit blijkt uit metingen van het RIVM van de chemische samenstelling van regenwater. Het is van belang om deze ontwikkelingen te volgen, omdat een groot deel van Nederlandse bodem en water te veel met verzurende en stikstofhoudende stoffen wordt belast. De totale depositie van bovengenoemde stoffen op bodem en water ligt namelijk nog steeds boven de doelstelling voor 2010 die hieraan gesteld is in het vierde Nationaal Milieubeleidsplan.
Als het regent komt een deel van de verontreinigende stoffen in de lucht via het regenwater in bodem en water terecht. In Nederland wordt sinds 1978 de chemische samenstelling van het regenwater gemeten middels een nationaal meetnet. Hiermee wordt onder andere de natte depositie van verontreinigende stoffen op bodem, oppervlaktewater en grondwater gemeten. Deze depositie is een significant deel van de totale depositie van verontreinigende stoffen op bodem en water.
Het netwerk van meetpunten is min of meer gelijkmatig over Nederland verspreid en bestond in de onderzochte periode uit 15 vaste meetlocaties.
Auteurs: Van der Swaluw, E., W.A.H. Asman en R. Hoogerbrugge
Rapportnummer: RIVM rapport 680704009
Jaar van uitgave: 2010 Website: Resultaten van het Landelijk Meetnet Regenwatersamenstelling over de periode 1992-2004 (PDF) |
| |
| |